Regelmatig zal ik een korte blog schrijven over aandoeningen en hoe die op sportief vlak kunnen worden behandeld. Veel aandoeningen zijn namelijk onderbelicht en vaak kan er meer aan gedaan worden dan men denkt. Vandaag zal ik het hebben over Hypermobiliteit. Ik zal uitleggen wat het is, wat we er over weten en wat er aan gedaan kan worden.
Hypermobiliteit is een aandoening van het pees- en bandenstelsel. Het komt voornamelijk voor bij vrouwen en bij mensen met Afrikaanse of Aziatische afkomst. Meestal is het aangeboren en wordt het tijdens de jeugd zichtbaar, maar het kan ook geleidelijk ontstaan, zoals vaak het geval is bij turners of balletdansers. Men veronderstelt dat hypermobiliteit voortkomt uit een afwijkende verhouding tussen collageen type 1 en 3. Collageen is een soort bindweefsel dat in vrijwel het hele lichaam aanwezig is. Collageen type 1 is sterk en stug en komt het meest voor in het lichaam. Type 3 is aanzienlijk flexibeler en kan in verschillende richtingen uitrekken. Dit is bijzonder nuttig voor organen en bloedvaten. Type 2 is veelvoorkomend in kraakbeen en is effectief in het opvangen van compressiekrachten, maar is hier minder relevant. De verhoogde aanwezigheid van type 3 collageen kan dus goed de toegenomen flexibiliteit in gewrichten verklaren.
Niet iedereen met hypermobiliteit ervaart daar ook klachten van. Ongeveer 25% rapporteert niet meer klachten te hebben dan mensen zonder hypermobiliteit. Bij de overige 75% komen pijnklachten vaak voor. Daarnaast zien we veel stijfheid, knakken, kraken, het 'gevoel alsof je 90 jaar bent' en gewrichts(sub)luxaties. Ook kan er een gevoel van fragiliteit ontstaan, wat leidt tot de neiging om extra voorzichtig te zijn met het lichaam. Al deze klachten kunnen aanzienlijke problemen veroorzaken bij het beoefenen van sport of het uitvoeren van hobby's. Op termijn kunnen er ook secundaire klachten ontstaan als gevolg van onderbelasting en (te veel) voorzichtigheid.
Gelukkig is er zeker wel wat aan de klachten te doen. Afhankelijk van de ernst van de klachten kan er een herstelprogramma worden opgesteld. Bij iemand met heel veel klachten moet er eerst worden gekeken naar de huidige stand van zaken. Het is belangrijk te zorgen voor zoveel mogelijk rust in het lichaam. Dit betekent niet dat je de hele dag op de bank moet hangen, maar juist ervoor zorgen dat je lichaam zo min mogelijk overbelasting signalen afgeeft (pijn stijfheid, vermoeidheid). Wanneer dit is bereikt kan er worden gestart met het vergroten van de belastbaarheid. Hierin kan een mix van kracht- en conditietraining heel nuttig zijn. Door de spieren sterker te maken, worden de gewrichtskapsels meer ontzien en geven die minder snel overbelasting signalen. Daarnaast gaat je lichaam steviger aanvoelen, wat het gevoel van zekerheid kan vergroten.
Kortom, hypermobiliteit is een lastige aandoening die zich op veel verschillende manieren kan uiten. Ondanks dat we de hypermobiliteit zelf niet zomaar kunnen oplossen, kunnen we wel werken aan het omgaan met hypermobiliteit. De juiste training en leefstijl zijn de twee grote factoren hierin.